Straatgeweld valt niet te accepteren, maar het komt voor. Voor het slachtoffer is straatgeweld een ervaring die hij of zij nooit meer vergeet. Daarom moeten we onze ogen niet sluiten voor straatgeweld. Het ergste wat u kunt doen, is gewoon doorlopen en doen of er niets aan de hand is. Samen kunnen we ervoor zorgen dat geweld op staat een halt wordt toegeroepen.
Wat u kunt doen
Wat mag u eigenlijk doen als u getuige bent van geweld op straat? In Nederland horen we vaak dat we niet ¿voor eigen rechter mogen spelen¿. Dat de daders nog beter beschermd worden dan de slachtoffers. Toch kunt u als getuige van geweld op straat wel degelijk iets doen. Wat dat precies is, hebben we hieronder voor u op een rijtje gezet.
MOBILISEER DE OMSTANDERS
Schat in wat verstandig is om te doen en wat niet. Bel altijd eerst 112, dan weet je dat er hulp onderweg is. Niemand vraagt u onnodig risico te nemen. Proberen om de dader alléén te overmeesteren brengt risico's met zich mee. Pas daarmee op. Samen staat u sterker. Zijn er meer mensen in de buurt? Vraag ze om hulp: "Blijf niet staan, doe iets!" Bel anders aan bij een huis in de buurt, of zorg op een andere manier voor versterking. Misschien kunt u met z'n allen de dader(s) afleiden, intimideren, isoleren, of het slachtoffer bevrijden. Let wel goed op of er wapens in het spel zijn. Als u niet direct mensen ziet om te helpen, kunt u ook lawaai schoppen. Misschien hoort iemand het en schiet hij of zij te hulp. Roep desnoods Brand! Daarop wordt meestal gereageerd. Bovendien kunt u met uw geschreeuw de dader afschrikken of in verwarring brengen. Kortom: schat het risico in en ga dan over tot actie die past bij de situatie.
BEL HET ALARMNUMMER 1-1-2
Gebruik uw mobiele telefoon of de dichtstbijzijnde telefooncel en meld het geweld bij de politie.
HELP HET SLACHTOFFER
Ook als u geen EHBO-diploma heeft, kunt u iets doen. Spreek een paar bemoedigende woorden of leg uw jas over het slachtoffer als het koud is.
ONTHOUD DE KENMERKEN VAN DE DADER
U kunt het signalement meteen doorgeven als u 1-1-2 belt. Ook kunt u het inspreken op de voice-mail van uw eigen telefoon.
Mag u een verdachte aanhouden?
Iedere burger is bevoegd om een verdachte aan te houden. Het is wel zo dat het gebruikte geweld tegen de verdachte niet verder mag gaan dan nodig is om te voorkomen dat hij of zij er vandoor gaat. Zo mag u de verdachte bijvoorbeeld tegen de grond houden tot de politie is gearriveerd. Daarna moet u hem of haar overdragen. Heeft de verdachte zich overgegeven of is deze weerloos? Dan is het doel bereikt. Wanneer het geweld doorgaat nadat iemand is aangehouden, slaat het om in redeloos geweld. Schat de situatie in en beoordeel wat de juiste actie is.
Wat mag wel en niet als u ingrijpt bij een vechtpartij?
In Nederland heeft de politie het geweldsmonopolie. Alleen een politiefunctionaris mag dus schieten, pepperspray gebruiken of met een knuppel slaan. Als burger mag u wel de geweldplegers tegenhouden en daarbij 'gepast geweld' gebruiken. Dat houdt in dat u niets meer mag doen dan dat wat nodig is om de dader te stoppen. Schat de situatie in en ga (samen met anderen) over tot passende actie. Natuurlijk staat uw eigen veiligheid daarbij altijd voorop.
Wat gebeurt er als u ingrijpt?
Volgens het Wetboek van Strafrecht bent u niet strafbaar als u een strafbaar feit begaat om uzelf of anderen te beschermen of verdedigen. Het is wel zo dat het gebruikte geweld in verhouding moet staan tot het gevaar. Bijvoorbeeld iemand doodschieten omdat hij appels uit de tuin steelt, is buiten alle proporties. Als u ingrijpt bij een vechtpartij neemt de politie een verklaring op,waarbij ook uw adres en telefoonnummer wordt genoteerd. Als het het door u toegepaste geweld duidelijk proportioneel was, gebeurt er verder niets. Dat is bijvoorbeeld zo wanneer u - zelf of met anderen - een vechtersbaas tegen de grond hebt gehouden, of als u geweld hebt gebruikt ter verdediging van uzelf of anderen. U mag niet méér geweld gebruiken dan de situatie vereist. Kortom: houd u hoofd erbij, schat de situatie in en ga over tot actie die daarbij past.
Op de website van het Openbaar Ministerie vindt u meer informatie over dit onderwerp.